De vrouw, geboren in 1976, kreeg in 2008 een Zwitserse verblijfsvergunning nadat ze was getrouwd met een Portugees die in Genève woonde. In april 2019 kreeg ze uiteindelijk een permanente verblijfsvergunning.
Lees ook : Details over katten ontmaskeren fraude Marokkaanse vrouw in Zwitserland
De Zwitserse autoriteiten ontdekten later echter dat ze lange periodes in Marokko had doorgebracht. Van 29 december 2018 tot 19 januari 2020 verbleef ze grotendeels in het koninkrijk. Daarna vertrok ze opnieuw en bleef ze van 9 februari 2020 tot 28 augustus 2021 in Marokko.
Toen ze daarover in 2024 vragen kreeg, erkende ze haar lange afwezigheid. Ze voerde aan dat ze tijdens de coronapandemie door de sluiting van het luchtruim niet uit Marokko kon vertrekken.
Maar volgens de Zwitserse regels vervalt een permanente verblijfsvergunning automatisch wanneer iemand langer dan 6 maanden buiten het land verblijft zonder vooraf te vragen om de vergunning te behouden. Dat verzoek had de vrouw niet gedaan.
Nog belangrijker: de eerste termijn van 6 maanden verstreek al op 29 juni 2019. De coronapandemie kon volgens de rechter dus onmogelijk verklaren waarom haar verblijfsrecht toen al was vervallen.
Korte terugkeer naar Zwitserland helpt haar niet
De Marokkaanse probeerde aan te tonen dat ze Zwitserland in die periode niet definitief had verlaten. Ze legde medische voorschriften voor waaruit bleek dat ze onder meer in april 2019, februari 2020 en september 2021 korte tijd in Zwitserland was geweest. Maar ook dat argument overtuigde het Federaal Hooggerechtshof niet.
In zijn uitspraak van 26 mei 2026 stelt de rechter dat enkele korte bezoeken niet voldoende zijn om de termijn van 6 maanden te onderbreken. Niet alleen de data waarop iemand het land binnenkomt en verlaat zijn van belang. Ook moet worden gekeken waar die persoon daadwerkelijk het centrum van zijn of haar leven heeft.
De vrouw vroeg vervolgens om een nieuwe verblijfsvergunning. Daarbij wees ze op haar huwelijk, het werk dat ze in Zwitserland had gedaan en het huiselijk geweld waarvan ze naar eigen zeggen slachtoffer was geworden. Sinds januari 2025 werkte ze voltijds en verdiende ze bruto 4112 Zwitserse frank per maand.
De rechters vonden die recente verbetering echter onvoldoende om haar integratie over haar volledige verblijf in Zwitserland als geslaagd te beschouwen. Tussen september 2022 en maart 2024 had ze bijna 55.000 frank aan sociale bijstand ontvangen. Daarnaast stonden er meer dan 110.000 frank aan schulden op haar naam.
Ook haar beroep op huiselijk geweld veranderde de uitkomst niet. De twee aangiftes tegen haar echtgenoot hadden niet tot een veroordeling geleid. De maatregelen waarbij hij in 2022 tijdelijk uit haar buurt moest blijven, duurden in totaal 17 dagen.
Lees ook : Sinds 1962 in Europa, op 74e krijgt Marokkaan bevel om te vertrekken
Het Federaal Hooggerechtshof verwierp daarom haar beroep. De vrouw moet bovendien 2000 Zwitserse frank aan proceskosten betalen.