In Rabat heeft Karim Zenagui, de broer van de koninklijke adviseur Yassir Zenagui, een vermindering van zijn gevangenisstraf gekregen in hoger beroep.
Karim Zenagui was in eerste aanleg veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf voor fraude en vertrouwensmisbruik in oktober 2021. Deze straf is nu teruggebracht tot één jaar. Opvallend is de sterke stijging van de boete, die opliep van 2000 dirham tot 96 miljoen dirham, meldt Hespress. De zaak heeft betrekking tot een investeringsovereenkomst met een Qatarese zakenman voor de aankoop van het Namaskar-paleis in Marrakech, ter waarde van meer dan 300 miljoen dirham.
De Qatarese miljonair had 220 miljoen dirham overgemaakt naar een door Karim Zenagui beheerde onderneming. Zenagui, die vertegenwoordiger was van Qatari Diar in Marokko, zou met dit bedrag 70% van de aandelen van het bedrijf dat eigenaar is van het bekende hotel kopen. De Qatarese zakenman ontdekte later dat de werkelijke waarde van het paleis slechts 190 miljoen dirham bedroeg.
In deze zaak is ook de accountant Ahmed Belkhayat Zouggari, financieel adviseur van Karim Zenagui, betrokken. Hij werd door de rechtbank van eerste aanleg in Rabat veroordeeld tot één jaar gevangenisstraf en een boete van 2000 dirham.
Bladna.nl volgen
Mis geen enkel nieuws over Marokko en Marokkanen in Nederland.
In Marokko is Saïd Boukioud, een 48-jarige Marokkaanse internetgebruiker, in beroep veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf voor het beledigen van Koning Mohammed VI via...
Het hof van Beroep in Rabat heeft parlementslid Yassine Radi, lid van de UC-partij, een zakenman met wie hij bevriend is, en twee jonge vrouwen veroordeeld tot...
De voormalige voorzitter van de gemeente Mechraâ Bel Ksiri, gelegen in de provincie Sidi Kacem in Marokko, is veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar en een boete van...
Het Hof van Beroep in Agadir heeft twee voormalige parlementsleden en een advocaat veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf, waarvan één voorwaardelijk, voor hun betrokkenheid...
In Marokko heeft de justitie zich uitgesproken in de zaak van de negen slachtoffers die overleden na het drinken van vervalste alcohol in de regio Ksar El Kebir.