Benali wacht in het kantoor van een Marokkaanse automonteur terwijl zijn auto de APK-keuring krijgt. Een stagiair met blauwe ogen en een oorbel loopt binnen, naast een autoband ligt een opgevouwen gebedskleed. Het beeld doet hem denken aan de slagerij van zijn vader in Rotterdam, schrijft hij in De Kanttekening.
Op Bladna.nl: Ze zouden terugkeren naar Marokko, 60 jaar later wonen hun families nog in Nederland
In de jaren tachtig was Benali twaalf of dertien jaar oud en bleef hij soms in de familiezaak terwijl hij op zijn vader wachtte. Die reed naar Brabant om geitenvlees te halen bij een slachterij waarvan hij weinig meer kende dan het adres. Wanneer hij zou terugkomen, wist zijn zoon niet.
Voor Benali staat dat wachten symbool voor een deel van het leven van de eerste generatie Marokkanen in Nederland. Ze werkten, probeerden vooruit te komen en leefden tegelijkertijd met veel onzekerheid. Terugkeer naar Marokko bleef lang een mogelijkheid, terwijl gezinnen soms jarenlang verdeeld waren tussen beide landen.
In de garage herkent Benali dezelfde geur van olie en rubber en zelfs een vergelijkbaar klein kantoor. Maar volgens hem is de Marokkaan die daar vandaag staat niet meer dezelfde als die uit zijn jeugd. De huidige generatie "wacht niet meer", schrijft hij. Ze beweegt, laat van zich horen, verdedigt zichzelf en weet volgens hem beter welke richting ze uit wil.
Twee ouders aan het werk, kinderen naar de universiteit
Die verandering ziet Benali ook wanneer hij zijn kinderen naar atletiek brengt. Tientallen kinderen met een Marokkaanse achtergrond sporten er samen, terwijl hun ouders langs de kant wachten. In veel van die gezinnen werken beide ouders en bestaat het leven van de kinderen uit school, sport, zwemmen, theater, bijles of Marokkaanse les.
Een vader vertelt hem zelfs dat hij in Friesland is gaan zeilen. Voor Benali zijn zulke kleine details belangrijk: ze tonen een generatie waarvan het dagelijkse leven veel breder is geworden dan het klassieke beeld van de Marokkaanse gastarbeider die werkte, spaarde en ooit naar het geboorteland hoopte terug te keren.
Dat betekent volgens de schrijver niet dat alle problemen verdwenen zijn. Met de garagist praat hij ook over Marokko, over de kloof tussen arm en rijk, migratie richting Sebta en de lage verkiezingsdeelname. De monteur vertelt daarnaast over familie in een kleine Spaanse stad waar inmiddels zoveel Marokkanen wonen dat er twee moskeeën zijn.
Op Bladna.nl: Geboren, getogen en succesvol, maar Marokkaanse Nederlander toch niet geaccepteerd
Wanneer zijn auto bijna klaar is, wijst Benali op nog een verandering. Hij vond de garage via een Marokkaanse vriend wiens zoon planologie studeert aan de universiteit. Rond schrijvers, monteurs, studenten, ouders en sportende kinderen is volgens hem inmiddels een uitgebreid informeel netwerk ontstaan waarin Marokkaanse Nederlanders elkaar vrijwel vanzelfsprekend weten te vinden.