De Marokkaanse vrouw, geboren in 1984, kwam op 12 november 2022 Zwitserland binnen. Minder dan een maand later trouwde ze met een Zwitserse man en kreeg ze op grond van gezinshereniging een verblijfsvergunning. Het huwelijk verslechterde echter snel. Op 31 oktober 2023 vroeg haar echtgenoot om nietigverklaring van het huwelijk of, als alternatief, om een echtscheiding. In mei 2024 verklaarde de man nog dat hij geen enkele mogelijkheid zag om de relatie te herstellen.
Lees ook : Vrouw vast in Marokko, Zwitserland trekt verblijfsvergunning in
De migratiedienst van het kanton Neuchâtel weigerde daarom op 24 juni 2024 haar verblijfsvergunning te verlengen. Ook werd besloten dat de vrouw Zwitserland moest verlaten. Het kantonnale ministerie van Economie en Sociale Cohesie bevestigde dat besluit in februari 2025. De Marokkaanse stapte vervolgens naar de kantonnale rechtbank.
Haar echtgenoot had zijn verzoek om nietigverklaring en echtscheiding inmiddels ingetrokken, maar dat was voor de rechters niet voldoende. In oktober 2025 stelde de kantonnale rechtbank vast dat de vrouw sinds juli 2024 nog altijd op een afzonderlijk adres stond ingeschreven. Haar beroep werd daarom afgewezen en de weigering om haar vergunning te verlengen bleef van kracht.
Hervatting relatie te laat gemeld
De persoonlijke situatie was op dat moment volgens de Marokkaanse al veranderd. Zij stelde dat zij en haar echtgenoot uiterlijk in maart 2025 opnieuw waren gaan samenwonen.
Ze had de autoriteiten daar echter niet onmiddellijk over geïnformeerd, terwijl zij volgens de Zwitserse wet verplicht was wijzigingen in haar woonsituatie door te geven.
Pas op 4 november 2025 meldde de betrokken gemeente officieel aan de migratiedienst dat de vrouw weer bij haar echtgenoot woonde. Twee dagen later ging zij bij het Zwitserse Federale Hooggerechtshof in beroep om haar verblijfsvergunning alsnog te laten verlengen. De procedure kreeg een opschortende werking, waardoor haar uitzetting voorlopig niet kon worden uitgevoerd.
Op 27 november volgde de ommekeer. Omdat het echtpaar de samenwoning had hervat, besloot de migratiedienst de verblijfsvergunning die eerder was geweigerd alsnog te verlengen.
In zijn besluit van 5 januari 2026 stelde het Federaal Hooggerechtshof vast dat de vrouw inmiddels had gekregen waarom ze had gevraagd. Haar beroep had daardoor geen voorwerp meer en de zaak werd afgesloten. De hoogste rechters hoefden zich dus niet uit te spreken over de vraag of de eerdere weigeringen juridisch terecht waren.
Lees ook : Zes jaar in het land en kinderen op school, maar overheid eist dat Marokkaanse vertrekt
De Marokkaanse kreeg geen gratis rechtsbijstand. Volgens het hof had zij de hervatting van de samenwoning niet tijdig gemeld. Er werden haar echter ook geen proceskosten opgelegd, omdat de behandeling van de zaak weinig werk had gevergd. Na ruim een jaar van negatieve beslissingen kan de vrouw daardoor in Zwitserland blijven en opnieuw bij haar echtgenoot wonen.