De vrouw vroeg op 22 november 2024 een visum voor kort verblijf aan. Ze wilde daarmee haar echtgenoot bezoeken, met wie ze inmiddels bijna 7 jaar getrouwd is. De aanvraag werd enkele dagen later afgewezen. Ook na bezwaar bleef de Nederlandse overheid bij die beslissing.
Lees ook : Rechter vernietigt visumweigering: Nederland negeerde kinderen Marokkaanse vrouw
Er waren drie bezwaren. Volgens het ministerie waren het doel en de omstandigheden van haar verblijf onvoldoende aangetoond, beschikte ze niet aantoonbaar over voldoende middelen en bestond er twijfel of ze Nederland voor het verlopen van haar visum weer zou verlaten. Voor dat laatste keek de overheid vooral naar haar sociale en economische banden met Marokko.
De vrouw heeft geen kinderen en geen baan. Haar echtgenoot woont in Nederland en ook meerdere andere familieleden verblijven er. Ze heeft wel een broer in Marokko, maar volgens het ministerie bleek niet dat ze voor hem of andere familieleden moest zorgen.
Zelfs het feit dat ze naar eigen zeggen al ongeveer 60 jaar in Marokko woont, was voor de Nederlandse autoriteiten niet genoeg om haar terugkeer voldoende aannemelijk te vinden.
Ook woning in Marokko overtuigt Nederland niet
Ook economisch wist ze de overheid niet te overtuigen. De vrouw leverde documenten aan over vastgoed in Marokko en wees op een aanzienlijk bedrag op haar bankrekening.
Maar ook die bezittingen vormen volgens het ministerie geen garantie dat iemand daadwerkelijk terugkeert. Vastgoed kan vanuit het buitenland worden beheerd, verhuurd of verkocht. Geld op een bankrekening blijft eveneens vanuit Nederland beschikbaar. Daarnaast speelde mee dat de vrouw geen baan en geen aantoonbaar stabiel inkomen in Marokko heeft.
Opvallend genoeg gaf de Rechtbank Den Haag de Nederlandse overheid op dit onderdeel gelijk. De overheid mocht volgens de rechter concluderen dat haar sociale en economische binding met Marokko onvoldoende sterk was om een tijdige terugkeer te garanderen.
Toch ging het visumbesluit uiteindelijk onderuit. De Marokkaanse wees erop dat de Nederlandse criteria voor haar bijzonder zwaar uitpakken. Omdat ze 61 jaar is, geen kinderen heeft en niet werkt, is het voor haar moeilijk om ooit de soort banden met Marokko aan te tonen die de Nederlandse overheid verlangt.
Het gevolg kan zijn dat ze haar echtgenoot in Nederland helemaal niet meer kan bezoeken. Ze benadrukte dat ze niet in Nederland wil gaan wonen. Ze wil een visum waarmee ze 1 of 2 keer per jaar enkele maanden bij haar man kan verblijven en daarna weer naar Marokko terugkeert. Juist dat persoonlijke gevolg had het ministerie onvoldoende onderzocht.
Volgens de rechtbank was niet uitgelegd waarom de twijfel over haar terugkeer opweegt tegen het mogelijk gevolg dat de vrouw haar echtgenoot feitelijk nooit in Nederland zou kunnen bezoeken. De overheid had bovendien geen verweerschrift ingediend en stuurde niemand naar de zitting om dat standpunt alsnog uit te leggen.
De rechter vernietigde daarom de afwijzing. Nederland moet opnieuw over haar visumaanvraag beslissen en daarbij expliciet beoordelen of een weigering in haar persoonlijke situatie wel evenredig is. Dat betekent niet dat de vrouw haar visum nu automatisch krijgt. De rechtbank accepteert nog steeds dat Nederland vraagtekens mag zetten bij haar banden met Marokko.
Lees ook : Geen cent uit Nederland: Marokkaanse weduwe verliest rechtszaak om uitkering
Maar na ongeveer 60 jaar in Marokko wonen, vastgoed in het land en bijna 7 jaar huwelijk moet de Nederlandse overheid nu wel beter uitleggen of die twijfel voldoende reden is om haar te beletten haar echtgenoot in Nederland te bezoeken. De overheid moet daarnaast 1868 euro aan proceskosten en 194 euro aan griffierecht vergoeden.