De man heeft de Marokkaanse nationaliteit en beschikt in Spanje over een verblijfsstatus als langdurig ingezeten derdelander.
Op 4 april 2023 werd hij tijdens een controle in het kader van de Wet arbeid vreemdelingen staande gehouden. Hij kreeg het bevel om onmiddellijk naar Spanje terug te keren, omdat hij daar zijn Europese verblijfsstatus heeft.
Op 11 mei 2023 vroeg hij toestemming om zich als economisch niet-actieve langdurig ingezetene in Nederland te vestigen. De Nederlandse autoriteiten wezen zijn aanvraag in september van dat jaar af.
Op Bladna.nl: Nederland verzon extra regel: Marokkaanse vrouw mag terugkeren
Volgens de minister beschikte de Marokkaan niet duurzaam en zelfstandig over voldoende middelen om in Nederland in zijn levensonderhoud te voorzien. Ook zijn bezwaar werd op 25 oktober 2024 afgewezen.
Uit de bankafschriften bleek dat op 28 juli 2024 precies 23.107,29 euro op zijn rekening stond. Bij het indienen van zijn aanvraag was het bedrag zelfs iets hoger.
In het afwijzingsbesluit erkende de overheid dat het saldo voldoende was om dertien maanden op bijstandsniveau te leven. Toch vond de administratie niet bewezen dat het geld duurzaam beschikbaar zou blijven.
De autoriteiten wezen onder meer op enkele grote stortingen die kort vóór de verblijfsaanvraag waren gedaan. Daardoor ontstond het vermoeden dat het bedrag alleen op de rekening was gezet om aan de financiële voorwaarden te voldoen.
Ook stonden opvallend weinig dagelijkse uitgaven op de bankafschriften. Daarnaast was niet duidelijk of een deel van het geld afkomstig was uit leningen en of er nog belastingen moesten worden betaald.
Bedrag bleef jarenlang onaangeroerd
De rechtbank in Rotterdam ging niet mee in die redenering. Vanaf de aanvraag tot het besluit op bezwaar bleef het geld op de rekening staan. Ook tijdens de behandeling van de rechtszaak beschikte de Marokkaan nog steeds over het bedrag.
Daaruit mocht volgens de rechter worden afgeleid dat hij het geld kennelijk niet nodig had om zijn dagelijkse kosten te betalen en dus nog over andere middelen beschikte.
Dat een deel van het bedrag mogelijk uit leningen bestond, was evenmin voldoende om de aanvraag af te wijzen. Europees recht staat toe dat geld van derden en geleende bedragen worden meegeteld bij de beoordeling van de beschikbare middelen. Een mogelijke terugbetalingsverplichting na het verblijf verandert niets aan de vraag of iemand tijdens zijn verblijf voldoende geld beschikbaar heeft.
Ook de onduidelijke herkomst van het geld kon de afwijzing niet dragen. Volgens het eigen beleid van de Nederlandse overheid is de bron van de middelen niet doorslaggevend. Als het om eigen vermogen ging, was het bedrag bovendien te laag om daarover vermogensbelasting te moeten betalen.
De rechtbank oordeelde verder dat de Marokkaan ten onrechte niet was gehoord tijdens de bezwaarprocedure. De administratie had zelf aangegeven dat de bankafschriften en stortingen vragen opriepen. Zij had hem daarom om uitleg moeten vragen voordat een nieuw besluit werd genomen.
In de uitspraak van 4 augustus 2026 verklaart de rechtbank het beroep gegrond en vernietigt zij de afwijzing.
Dat betekent niet dat de verblijfsvergunning automatisch is toegekend. De minister moet binnen zes weken opnieuw op het bezwaar beslissen. Als er nog vragen bestaan over het geld of de bankafschriften, moet de Marokkaan eerst worden gehoord.
Op Bladna.nl: Vrouw verdient 2000 euro, overheid wil Marokkaan toch uitzetten
De rechtbank stelde daarnaast vast dat onduidelijk was of de man alleen het bevel had gekregen om naar Spanje terug te keren of dat ook een formeel terugkeerbesluit was opgelegd. Bij een eventuele nieuwe afwijzing moet de overheid dat onderscheid duidelijk maken.
De procedure duurde 10 maanden langer dan redelijk werd geacht. De Marokkaan krijgt daarom 1000 euro schadevergoeding: 600 euro moet door de minister worden betaald en 400 euro door de Nederlandse staat.
Daar komen 2335 euro aan proceskosten en de terugbetaling van 187 euro aan griffierecht bij. De Marokkaan wint daarmee zijn rechtszaak, maar moet de nieuwe beslissing over zijn verblijf nog afwachten.