De Marokkaan trad op 1 maart 2000 met een contract voor onbepaalde tijd in dienst als reparateur van huishoudelijke apparaten. Hij bleef meer dan 24 jaar binnen dezelfde onderneming werken. Op 8 december 2022 kreeg hij echter een arbeidsongeval dat zijn verdere beroepsloopbaan ingrijpend veranderde.
Ondertussen was de onderneming van eigenaar gewisseld. Op 22 september 2023 werd zijn arbeidsovereenkomst automatisch overgedragen aan het bedrijf dat de handelszaak had overgenomen. De werknemer behield daarbij zijn functie, salaris en volledige anciënniteit sinds maart 2000.
Op Bladna.nl: Geen bewijs, geen loon voor Marokkaan
Op 28 november 2024 verklaarde de bedrijfsarts hem na een medisch onderzoek arbeidsongeschikt. Zijn gezondheidstoestand maakte het volgens de arts onmogelijk om hem een andere functie binnen de onderneming aan te bieden.
De Marokkaan werd uitgenodigd voor een gesprek en op 28 december ontslagen wegens arbeidsongeschiktheid als gevolg van een arbeidsongeval en het ontbreken van een mogelijkheid tot herplaatsing. In de ontslagbrief beloofde zijn werkgever hem een bijzondere ontslagvergoeding en een bedrag dat overeenkwam met de wettelijke opzegtermijn.
De bedragen verschenen vervolgens op zijn loonstrook van december 2024. Het geld werd echter niet overgemaakt. De werknemer stapte daarom op 27 maart 2025 met een spoedprocedure naar de arbeidsrechtbank van Versailles.
In oktober veroordeelde de rechtbank het bedrijf tot betaling van het grootste deel van de gevraagde bedragen. De werkgever ging in beroep en stelde dat er een ernstig juridisch geschil bestond waarover niet in een spoedprocedure kon worden beslist. Het bedrijf vond vooral dat het niet alleen verantwoordelijk kon worden gehouden voor vergoedingen die waren gebaseerd op 24 dienstjaren.
De onderneming had de activiteiten pas in september 2023 overgenomen en wilde de berekening daarom beperken tot de periode na de overname. Volgens haar eigen berekening hoefde slechts 2966,21 euro te worden betaald.
Nieuwe werkgever erft ook volledige anciënniteit
Het hof van beroep van Versailles verwierp die redenering. Wanneer een bedrijf onder de voorwaarden van het Franse arbeidsrecht wordt overgenomen, gaan de lopende arbeidsovereenkomsten met alle bijbehorende rechten over naar de nieuwe werkgever.
De onderneming die de Marokkaan op het moment van zijn ontslag in dienst had, moest daardoor alle financiële gevolgen van het ontslag dragen. Ze mocht de vergoeding niet berekenen alsof de werknemer pas in september 2023 in dienst was gekomen.
Eventuele afspraken tussen de oude en de nieuwe eigenaar konden evenmin aan de Marokkaan worden tegengeworpen. Hij was geen partij bij de verkoopovereenkomst en behield de rechten die voortvloeiden uit zijn anciënniteit sinds maart 2000.
In zijn uitspraak van 12 augustus 2026 wees het hof er ook op dat de betwiste bedragen door het bedrijf zelf op de loonstrook waren gezet. Het bestaan en de hoogte van de vergoedingen konden volgens de rechters daarom niet meer worden betwist.
Het hof bevestigde voorlopig de betaling van 59.749,71 euro netto aan bijzondere ontslagvergoeding, 6598,40 euro bruto als vergoeding die overeenkomt met de opzegtermijn en 6361,76 euro bruto aan vakantiegeld. Samen gaat het om 72.709,87 euro. De rechters schrapten wel een aanvullend bedrag van 659,84 euro dat in eerste aanleg was toegekend als vakantiegeld over de opzegvergoeding.
Op Bladna.nl: Werknemer ontslagen om 500 euro telefoontjes naar Marokko, krijgt gelijk van de rechter
Bij arbeidsongeschiktheid door een arbeidsongeval geldt het bedrag voor de opzegtermijn niet als werkelijk loon. Daardoor wordt over dat bedrag geen bijkomend vakantiegeld opgebouwd.
De werkgever moet bovendien 1000 euro betalen wegens onredelijke betalingsweigering. Daar komen 2000 euro aan proceskosten uit de eerste procedure en nog eens 2000 euro voor het hoger beroep bij.
Het bedrijf moet de Marokkaan ook zijn ontbrekende loonstroken van januari tot oktober 2024, een arbeidsverklaring en een correcte eindafrekening bezorgen. Het hof schrapte alleen de eerder opgelegde dwangsom van 100 euro per dag voor het afleveren van die documenten.