De Marokkaan zat van 1 september 2022 tot 2 januari 2023 strafrechtelijk vast. Direct daarna werd hij in vreemdelingenbewaring geplaatst met het oog op zijn vertrek uit Nederland. Op 7 april 2023 werd hij uiteindelijk naar Marokko uitgezet.
Op Bladna.nl: Nederland sluit Marokkaan 8 dagen op voor uitzetting, rechter geeft hem 1000 euro
Zijn zaak is één van drie uitspraken waarmee de Raad van State op 16 september een nieuwe lijn voor heel Nederland heeft uitgezet. De hoogste bestuursrechter zegt dat er in de praktijk onduidelijkheid bestond over wanneer de zogenoemde inspanningsverplichting van de minister begint en wat de overheid precies moet doen.
Die verplichting moet voorkomen dat een vreemdeling na het uitzitten van een gevangenisstraf nog onnodig in vreemdelingenbewaring terechtkomt terwijl zijn uitzetting eigenlijk al tijdens de straf had kunnen worden voorbereid.
In de zaak van de Marokkaan ging het specifiek om een langere strafrechtelijke detentie. De Raad van State bepaalt nu dat bij gevangenisstraffen van meer dan 30 dagen het overdrachtsdossier uiterlijk 30 dagen vóór het einde van de straf bij de Dienst Terugkeer en Vertrek moet zijn.
Vaste termijnen voor voorbereiding uitzetting
Na ontvangst van dat dossier krijgt de overheid niet onbeperkt de tijd. Uiterlijk op de zevende werkdag daarna moet een eerste concrete voorbereidingshandeling voor de uitzetting plaatsvinden. Dat kan bijvoorbeeld een vertrekgesprek zijn, het aanvragen van een vervangend reisdocument of een andere stap die daadwerkelijk is gericht op het vertrek uit Nederland.
De Raad van State wil met de nieuwe regels meer rechtszekerheid creëren voor vreemdelingen, de overheid en rechtbanken. Tot nu toe werd op verschillende manieren geoordeeld over het moment waarop Nederland met de voorbereidingen moest beginnen.
In deze specifieke zaak kwam de hoogste bestuursrechter tot de conclusie dat Nederland zijn verplichting wél was nagekomen. Het dossier was op 1 december 2022 bij de Dienst Terugkeer en Vertrek terechtgekomen. Op 6 december volgde een eerste vertrekgesprek en op 9 december werd een nieuwe aanvraag voor een laissez-passer ingediend.
De twee andere uitspraken van dezelfde dag regelen andere onderdelen van dezelfde problematiek. Eén gaat over gevangenisstraffen van maximaal 30 dagen. Daarbij moet de overheid uiterlijk op de zevende werkdag na het vonnis beginnen met voorbereidingen voor vertrek.
De derde uitspraak bepaalt wat er moet gebeuren wanneer de overheid haar verplichting wél schendt. Zo’n fout maakt een aansluitende vreemdelingenbewaring niet automatisch onrechtmatig. Er moet voortaan een belangenafweging plaatsvinden waarbij onder meer de duur van de fout, de lengte van de bewaring, de snelheid van de uitzettingsprocedure en de medewerking van de vreemdeling worden meegenomen.
Op Bladna.nl: Man weigert terug naar Marokko te gaan, rechter in Nederland houdt hem vast
De uitspraak over de Marokkaan verandert zijn eigen situatie niet meer: hij werd al in april 2023 uitgezet. Zijn dossier is nu wel één van de drie zaken waarmee de Raad van State vanaf 16 september 2026 duidelijkere regels oplegt voor toekomstige vreemdelingen die na een gevangenisstraf in Nederland mogelijk in bewaring worden geplaatst.