De man zit sinds 13 juni vast op grond van de Nederlandse vreemdelingenwet. Hij heeft geen verblijfsrecht en is verplicht Nederland te verlaten. De bewaring moet voorkomen dat hij zich aan zijn gedwongen vertrek onttrekt.
De rechtbank had op 23 juni al geoordeeld dat zijn opsluiting rechtmatig was. De Marokkaan begon daarna een nieuwe procedure tegen het voortduren van de maatregel en vroeg tevens om een schadevergoeding.
Op Bladna.nl: Man weigert terug naar Marokko te gaan, rechter in Nederland houdt hem vast
Volgens hem handelen de Nederlandse autoriteiten onvoldoende voortvarend. Hij stelde dat er nauwelijks nog actie werd ondernomen om zijn uitzetting te regelen en dat niet duidelijk is of Marokko hem binnen een redelijke termijn zal terugnemen.
Uit de uitspraak van de rechtbank Den Haag blijkt echter dat op 20 april een aanvraag voor een laissez-passer naar de Marokkaanse autoriteiten is gestuurd. Dat tijdelijke reisdocument is nodig om de man zonder geldig paspoort naar Marokko te kunnen uitzetten.
De rechter vindt dat de Nederlandse minister de reactie van Marokko mag afwachten. In het algemeen bestaat volgens vaste Nederlandse rechtspraak nog voldoende uitzicht op uitzetting naar het koninkrijk.
Vertraging volgens rechter zijn eigen schuld
Een belangrijk probleem was dat de man tot april 2026 bleef volhouden dat hij uit Algerije kwam. Tijdens een vertrekgesprek op 3 april gaf hij uiteindelijk toe dat hij niet naar Marokko wilde terugkeren en daarom de persoonsgegevens van een Algerijn had aangenomen.
Na dat gesprek vroeg hij via zijn zus identiteitsdocumenten op. Met deze stukken kon Nederland de procedure voor het verkrijgen van een Marokkaans laissez-passer beginnen.
Volgens de rechtbank is de opgelopen vertraging volledig het gevolg van de tegenstrijdige en onjuiste informatie die de man zelf heeft verstrekt. Iemand die Nederland moet verlaten, is volgens de rechter verplicht actief en volledig aan zijn uitzetting mee te werken.
De bewering dat de overheid na 16 juli niets meer had ondernomen, werd eveneens verworpen. Nederland herinnerde de betrokken instanties op 20 juli en 20 augustus aan de lopende aanvraag.
Op Bladna.nl: Nederland sluit Marokkaan 8 dagen op voor uitzetting, rechter geeft hem 1000 euro
Ook bleek een vertrekgesprek niet op 20 augustus, maar al op 18 augustus te hebben plaatsgevonden. De latere datum was uitsluitend de dag waarop het verslag van dat gesprek werd geregistreerd.
De rechtbank zag geen andere reden om de vreemdelingenbewaring te beëindigen. De man zat op het moment van de beoordeling nog geen zes maanden vast en zijn uitzetting naar Marokko werd nog altijd mogelijk geacht.
Zijn beroep is daarom ongegrond verklaard. Hij blijft vastzitten terwijl Nederland wacht op het reisdocument van de Marokkaanse autoriteiten. Ook zijn verzoek om schadevergoeding is afgewezen. Tegen de uitspraak staat geen hoger beroep open.