De Banque Populaire du Sud liet de woning in Saint-Jean-de-Védas in beslag nemen voor een schuld van 47.870,50 euro. In februari 2026 beval de executierechter een gedwongen verkoop met een startprijs van 180.000 euro. Een vastgoedprofessional schatte de woning echter op 690.000 tot 720.000 euro.
Op Bladna.nl : Aankoop van 420.000 euro gaat mis, Marokkaanse krijgt 21.000 euro terug
De oorsprong van het conflict gaat terug naar 2008. De man had zich toen voor maximaal 39.000 euro borg gesteld voor een onderneming. Nadat die onderneming failliet ging, veroordeelde de handelsrechtbank hem in 2020 tot betaling.
Het voormalige echtpaar verzette zich tegen het beslag. Omdat zij in Marokko waren getrouwd, stelden de twee dat voor hun huwelijk het Marokkaanse stelsel van scheiding van goederen gold. Volgens die redenering bezat ieder de helft van het huis en kon de persoonlijke schuldeiser van de man niet de hele woning laten verkopen.
Maar bij hun scheiding in mei 2025 was al vastgesteld dat hun huwelijksvermogensstelsel onder Frans recht viel en dat er sprake was van een gemeenschap van tijdens het huwelijk verworven goederen.
Bovendien had de vrouw in 2008 uitdrukkelijk ingestemd met de borgstelling van haar echtgenoot. Daardoor mocht de bank volgens het hof ook het gemeenschappelijke vastgoed aanspreken.
Bod van 530.000 euro verandert alles
In hoger beroep brachten de voormalige echtgenoten nieuwe documenten mee. Ze hadden een recente waardebepaling, een verkoopmandaat uit april en vooral een concreet bod van 530.000 euro dat zij op 13 april 2026 hadden aanvaard.
Dat overtuigde het hof van beroep van Montpellier ervan dat een onderhandse verkoop realistisch was. In zijn arrest van 20 oktober 2026 vervangt het hof daarom de gedwongen veiling door een vrijwillige verkoop.
De woning mag niet voor minder dan 500.000 euro worden verkocht en het voormalige echtpaar krijgt vier maanden om de transactie af te ronden.
Op Bladna.nl : Marokkaan moest woning verlaten, wint zaak en redt huurcontract
De schuld en het beslag zelf verdwijnen niet. De zaak gaat terug naar de executierechter, die moet controleren of de verkoop binnen de gestelde termijn plaatsvindt en hoe de schuldeisers vervolgens uit de opbrengst worden betaald.