De 62-jarige man en zijn 55-jarige echtgenote, beiden geboren in Marokko, huren sinds 17 november 2020 een woning van vastgoedmaatschappij Laube. De maandelijkse huur bedraagt 750 euro, plus 50 euro aan kosten. Op 6 maart 2025 stuurde de eigenaar hun een formeel betalingsbevel voor 2593 euro aan achterstallige bedragen.
Op Bladna.nl: Marokkaan moest woning verlaten, wint zaak en redt huurcontract
Omdat de betalingsproblemen niet voldoende werden opgelost, begon de verhuurder een gerechtelijke procedure. Op 11 mei 2026 stelde de rechtbank van Nîmes vast dat de huurovereenkomst sinds 6 mei was ontbonden. De rechter beval de uitzetting van het koppel.
Daarnaast moesten de huurders voorlopig 6760 euro betalen voor achterstallige huur en gebruiksvergoedingen die tot 9 maart waren opgebouwd. De echtgenoten gingen op 19 juni tegen het vonnis in beroep.
Acht dagen na de eerste uitspraak, op 19 mei, had de Franse commissie voor overmatige schuldenlast echter besloten verschillende schulden van het echtpaar kwijt te schelden. Daaronder bevond zich 4193 euro aan huurschuld. Het koppel hoopte dat die beslissing voldoende zou zijn om de uitzetting voorlopig tegen te houden.
Een kwijtgescholden schuld, maar de uitzetting blijft staan
Om de uitvoering van het vonnis te laten schorsen, wezen de echtgenoten op de beslissing van de commissie voor overmatige schuldenlast. Ze verklaarden daarnaast dat zij sinds maart verschillende betalingen hadden gedaan.
Ook wachtten ze op de hervatting van hun Franse huurtoeslag door de uitkeringsdienst CAF. Die bedraagt volgens hen 365 euro per maand.
Het echtpaar bracht eveneens zijn persoonlijke omstandigheden naar voren. De vrouw heeft volgens hun verklaringen een officieel erkende beperking tussen 50% en 80%. De twee zeggen bovendien kinderen ten laste te hebben. Ze hebben een aanvraag ingediend voor een sociale woning.
De verhuurder verzette zich tegen de schorsing. Volgens de eigenaar wist het kwijtschelden van de schuld niet de tekortkomingen uit die eerder tot de ontbinding van de huurovereenkomst hadden geleid. Hij voerde daarnaast aan dat het echtpaar een woning in Marokko bezit. Volgens hem zouden zij die woning kunnen verkopen of er zelf kunnen gaan wonen.
In zijn beschikking van 9 oktober 2026 oordeelt het hof van beroep van Nîmes dat de huurders niet aantonen dat onmiddellijke uitvoering van hun uitzetting kennelijk buitensporige gevolgen zou hebben. Het verzoek tot schorsing wordt daarom afgewezen.
Het hof hoeft daardoor niet inhoudelijk te beslissen over de juridische gevolgen die de kwijtschelding van de huurschuld eventueel voor de ontbinding van het contract kan hebben.
Op Bladna.nl: 88-jarige Marokkaan uit huis gezet in Frankrijk
Daarbovenop worden beide echtgenoten veroordeeld tot betaling van 800 euro aan procedurekosten aan hun verhuurder en moeten zij de overige gerechtskosten dragen. De in mei uitgesproken uitzetting blijft uitvoerbaar terwijl hun beroep over de grond van de zaak verder wordt behandeld. Uit de beschikking van 9 oktober blijkt niet of het echtpaar op dat moment nog in de woning verbleef.