De man beschikte sinds november 2016 over een verblijfsvergunning vanwege zijn relatie met een vrouw die in de uitspraak wordt aangeduid als S. Na de geboorte van hun dochter in 2017 en de breuk van het stel in november 2019 werd zijn vergunning aangepast. Hij mocht in Nederland blijven vanwege zijn band met het kind, op grond van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Op Bladna.nl: Zes keer gezakt voor inburgeringsexamen, toch schrapt Nederlandse rechter visumweigering Marokkaanse
Een verwantschapsonderzoek wees later echter uit dat hij niet de biologische vader van het meisje was. Op 8 januari 2024 trok de Nederlandse minister van Asiel en Migratie zijn verblijfsvergunning daarom met terugwerkende kracht in vanaf 20 oktober 2023.
De Marokkaan maakte bezwaar, maar stapte na de afwijzing daarvan niet naar de rechter. De intrekking werd daardoor definitief.
Sinds januari 2025 heeft de man opnieuw een verblijfsvergunning, ditmaal vanwege zijn gezinsleven met zijn huidige echtgenote. Deze vergunning is geldig tot 2030.
Vervolgens vroeg hij de Europese status van langdurig ingezetene aan. Die aanvraag werd op 21 mei 2025 afgewezen. Voor deze status moet hij vijf jaar onafgebroken legaal in Nederland hebben verbleven. Door de intrekking met terugwerkende kracht ontstond echter tussen 20 oktober en 21 november 2023 een periode van één maand zonder verblijfsrecht. Die ene maand was voldoende om de vereiste periode van vijf jaar te onderbreken.
Eén maand zonder verblijfsrecht, maar administratie maakt fouten
In zijn uitspraak van 4 september 2026 bevestigt de rechtbank Den Haag dat de Marokkaan tijdens die maand formeel geen verblijfsrecht had.
De rechter kan die onderbreking daarom niet simpelweg negeren. Toch ziet de rechtbank verschillende problemen in de manier waarop de Nederlandse administratie zijn aanvraag heeft behandeld.
Aanvankelijk ging de overheid uit van een veel langere onderbreking, tot 28 januari 2025. Pas tijdens de rechtszaak erkende de minister dat het in werkelijkheid om één maand ging. Daarnaast bleek de overheid na 2023 haar toepassing van een ongewijzigde regel te hebben veranderd.
De minister kon volgens de rechtbank niet duidelijk uitleggen wanneer die nieuwe werkwijze was ingevoerd en waarom vergelijkbare dossiers eerder anders waren behandeld. Ook het beroep van de Marokkaan op het gelijkheidsbeginsel werd onvoldoende beantwoord.
De administratie had de man bovendien niet gehoord voordat zijn bezwaar werd afgewezen. Volgens de rechtbank waren zijn argumenten niet zo duidelijk ongegrond dat een hoorzitting achterwege mocht blijven.
Op Bladna.nl: Nederland weigert verblijf ondanks 23.107 euro op rekening: Marokkaan wint zaak
De rechter vernietigt daarom de beslissing van 31 juli 2025 en verplicht de minister om opnieuw over het dossier te beslissen. Nederland moet daarnaast 3736 euro aan proceskosten betalen.
De overwinning van de Marokkaan blijft beperkt. De eerdere intrekking van zijn verblijfsvergunning na de vaderschapstest wordt niet teruggedraaid en hij krijgt ook niet automatisch de Europese status van langdurig ingezetene. De overheid moet zijn aanvraag wel opnieuw beoordelen, haar beleid duidelijk motiveren en hem de mogelijkheid geven om te worden gehoord.