De Spaanse premier deed zijn uitspraak donderdag 3 september tijdens zijn verschijning in het Congres over migratiecrisis in Sebta.
Op Bladna.nl: 72.000 passages naar Sebta: Spaanse politie beschuldigt Marokko van georganiseerde actie
Volgens Sánchez had zijn regering de Marokkaanse ambassadeur op 21 augustus ontboden om officieel te protesteren tegen uitspraken van Marokkaanse ministers over Sebta en Melilla die Madrid als "onaanvaardbaar" beschouwde. "We hebben de Marokkaanse ambassadeur op 21 augustus ontboden", verklaarde Sánchez tegenover de parlementsleden.
Maar Karima Benyaich bevond zich op dat moment niet in Spanje en nam dus niet deel aan de bijeenkomst. Enkele uren na de verklaring van de premier verduidelijkte het Spaanse ministerie van Buitenlandse Zaken wat er daadwerkelijk was gebeurd.
De oproep was gericht aan de Marokkaanse ambassade. Omdat Benyaich afwezig was, verscheen de zaakgelastigde op het ministerie. Hij is de nummer twee van de ambassade en neemt de leiding van de diplomatieke missie over wanneer de ambassadeur afwezig is.
Madrid benadrukt dat de diplomatieke démarche dus wel degelijk heeft plaatsgevonden en dat de Spaanse protestboodschap aan Marokko is overgebracht. Alleen was de ontvangen diplomaat niet de persoon die Sánchez in het parlement had genoemd.
Bijeenkomst bijna twee weken geheimgehouden
Opvallend is ook dat het bestaan van de bijeenkomst vóór de verklaring van Sánchez nooit openbaar was gemaakt. Het ontbieden van een ambassadeur is doorgaans een officiële diplomatieke stap waarmee een land zijn ongenoegen laat blijken. Spanje communiceerde eerder wel over vergelijkbare stappen tegenover andere landen.
Gevraagd waarom Madrid de bijeenkomst bijna twee weken stilhield, verwezen regeringsbronnen tegenover Europa Press naar "voorzichtigheid en verantwoordelijkheid".
Minister van Buitenlandse Zaken José Manuel Albares had op 28 augustus alleen verklaard dat de Marokkaanse aanspraken op Sebta en Melilla via "alle formele diplomatieke kanalen" waren afgewezen. Hij zei toen niet dat een vertegenwoordiger van de Marokkaanse ambassade was ontboden.
De oppositie vroeg juist al dagen om Benyaich te ontbieden. PP-leider Alberto Núñez Feijóo reageerde spottend toen bleek dat de ambassadeur op 21 augustus niet eens in Madrid was.
Ook de chronologie roept vragen op. De uitspraken van minister van Justitie Abdellatif Ouahbi over de "historische rechten" van Marokko op Sebta en Melilla dateren van vóór 21 augustus en konden dus aanleiding zijn geweest voor het Spaanse protest.
Dat geldt niet voor de woorden van minister van Islamitische Zaken Ahmed Toufiq. Hij sprak op 24 augustus, in aanwezigheid van Koning Mohammed VI, over de "bevrijding" van bezette steden. Dat was drie dagen ná de bijeenkomst waarover Sánchez sprak. Die uitspraak kan dus onmogelijk de reden zijn geweest voor de ontbieding van 21 augustus.
Op Bladna.nl: Spanje waarschuwt Marokko: over Ceuta en Melilla valt niet te praten
Madrid verklaarde na die tweede uitspraak dat Albares dagelijks contact had met zijn Marokkaanse ambtgenoot Nasser Bourita en de Spaanse positie over Sebta en Melilla aan hem had overgebracht.
De Spaanse regering houdt vol dat de kern van de zaak niet verandert: Marokko heeft via diplomatieke weg te horen gekregen dat Spanje iedere betwisting van zijn soevereiniteit over Sebta en Melilla afwijst. Sánchez noemde alleen ten onrechte de ambassadeur zelf als de diplomaat die voor die boodschap was ontboden.