Zoeken

4 jaar gevangenis geëist tegen Badr Hari

22 januari 2014 - 20:16 - Wereld

©

Het Nederlands Openbaar Ministerie heeft woensdag een gevangenisstraf van vier jaar waarvan één jaar voorwaardelijk, geëist tegen Badr Hari, voor zware mishandeling met voorbedachte rade.

Tijdens de rechtszitting vroeg het OM wel vrijspraak voor poging tot doodslag in de Sensation-zaak. Het slachtoffer, Koen Everink, eist een schadevergoeding van 63.000 euro.

Afsluitende deel van het requisitoir:
 
De feiten op de dagvaarding van Badr H. bestrijken een periode van ruim twee jaar. Opvallend zijn de gemeenschappelijke elementen in deze zaken. Het gaat bijna zonder uitzondering om conflictsituaties in horecagelegenheden. Verdachte H. is hier altijd in het gezelschap van vrienden en zoekt doorgaans zelf de confrontatie op, al dan niet onder het mom van het sussen van een ruzie. Er is sprake van agressief en intimiderend gedrag (kort lontje) met een hoog weet-je-wel-wie-ik-ben gehalte. Plat machtsvertoon waarbij de verdachte snel lijkt te ontsporen en grof geweld gebruikt. Verdachte H. lijkt zich onaantastbaar te wanen en handelt navenant. Bijna niemand durft aangifte te doen tegen verdachte of belastend over hem te verklaren, doodsbang als men is voor represailles van H. zelf of zijn vertrouwde hofhouding. Tekenend in dit verband is dat er pas na Sensation aangifte is gedaan in de zaken van twee horecagelegenheden. De maat was toen pas vol voor de betrokkenen.
 
Sensation
 
Het feit dat zich op 8 juli 2012 heeft afgespeeld in De Arena is zowel juridische termen als in termen van letsel, het meest zwaarwegende feit. Bij het slachtoffer is sprake van blijvend letsel als gevolg van het brute en zinloze geweld wat op hem is uitgeoefend door beide verdachten. Het bezoek aan het dance event had een mooie avond moeten worden, het werd een nachtmerrie. We hebben ook op deze zitting vernomen wat de ingrijpende gevolgen hiervan voor hem zijn geweest. Er is sprake van grof geweld in een kleine ruimte waar niet of nauwelijks enige aanleiding voor was, het slachtoffer is gewoon opgewacht en in elkaar geslagen door beide verdachten, beide heren zijn bedreven in de vechtsport.
 
Overige zaken
 
Ook bij de slachtoffers die H. heeft gemaakt in de andere zaken valt de angst op die leeft bij aangevers maar ook bij de getuigen. Een aantal elementen achten wij ronduit strafverzwarend bij de verdachte H. Een verdachte hoeft niet mee te werken aan zijn eigen veroordeling. Dat is zijn goed recht, maar Badr H. deed precies het tegenovergestelde. Gevraagd om de kleding en schoeisel, enkele dagen na het incident, bij de recherche te brengen die hij droeg tijdens Sensation White, wordt door H. bewust de verkeerde kleding en het schoeisel ingeleverd. Tekenend is ook de stelselmatige intimidatie en beïnvloeding van aangevers en getuigen in deze zaken, mondje dicht zo lijkt het adagium. Het is pas na heel veel vijven en zessen dat men naar voren durft te komen. Meer dan eens wordt getracht mogelijke camerabeelden te laten verdwijnen, H. stuurt zijn loopjongen of regelt dat heren van het kaliber Dick V. of Danny K. het geschil even afregelen met een portier zoals in de zaak Blinq. En niet als laatste punt: Badr H. is wereldkampioen in het kickboksen. Wat voor een wereldkampioen ben je nu helemaal als je buiten de ring een dergelijk spoor van mishandelingen trekt door het Amsterdamse uitgaansleven?
 
Welbeschouwd heeft het gedrag van Badr H. in het Amsterdams uitgaansleven de afgelopen jaren een sterk terroriserend karakter gehad. Kort na de feiten lijkt H. zich soms te bekommeren om zijn slachtoffer of doet hij net alsof hij van niets weet. Als het komt tot een verhoor, volgt steevast een integrale ontkenning en wordt een schijn van medewerking aan de dag gelegd. Tegelijkertijd wil Hari graag de rol van slachtoffer op zich nemen: "ze moeten altijd mij hebben, Badr heeft het weer gedaan." Pas als het dossier hem daartoe dwingt, gaat hij verklaren dat hij misschien toch wel ter plaatse was en, zoals bijvoorbeeld in het geval van een horecagelegenheid, inderdaad die kopstoot heeft uitgedeeld.
 
Persoonlijke omstandigheden verdachte Badr H.
 
Verdachte H. heeft meegewerkt aan een psychologisch onderzoek. Een van de conclusies daaruit: er is geen sprake van een stoornis bij betrokkene. Wel kan H. komen tot grensoverschrijdend gedrag bij een combinatie van factoren: krenkingen van het zelfgevoel en zelfoverschatting, in het kickboks- en uitgaansmilieu al dan niet onder invloed van alcohol.
 
Het reclasseringsrapport vermeldt dat H. vindt dat de feiten die hem worden verweten minder ernstig zijn en worden opgeklopt door de slachtoffers. De reclassering spreekt in dit verband van weinig empathie ten aanzien van de slachtoffers. Er is weinig schuldgevoel bij H., hij is van mening dat er steeds een aanleiding was voor zijn gedrag. De reclassering adviseert een toezicht met als bijzondere voorwaarden: een meldingsgebod en een behandelverplichting. Wij nemen dit advies over. Omdat er bij verdachte H. geen sprake is van onherroepelijke veroordelingen voor geweldsfeiten in de afgelopen 5 jaar en wij bovendien met het oog op recidive de spreekwoordelijke stok achter de deur willen hebben, zien wij aanleiding een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen. Voor de bewezen overtreding (art. 5 WvW) vragen wij een geldboete.
 
Bij de strafoplegging hebben wij verder rekening gehouden met de documentatie van verdachten. De straffen zijn gebaseerd op de richtlijnen die het OM hanteert in vergelijkbare zaken. Er is voorts bij de verdachte H. rekening gehouden met de genoemde strafverzwarende omstandigheden, maar in matigende zin ook met de overschrijding van de redelijke termijn met name in een zaak uit 2010.
 
Voor de verdachte H. vragen wij uw rechtbank op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van vier jaar waarvan één jaar voorwaardelijk met aftrek van de tijd die in voorlopige hechtenis is doorgebracht. Tevens vragen wij als bijzondere voorwaarden op te leggen een meldingsgebod en een behandelverplichting. De proeftijd bedraagt 2 jaar. Voor de overtreding van art. 5 wegenverkeerswet vragen wij op te leggen een geldboete van 750 euro. Tot slot vragen wij toewijzing van de vorderingen benadeelde partijen.

De Marokkaanse vechtersbaas stond woensdag terecht voor een poging tot doodslag op zakenman Koen Everink, zeven mishandelingen, vernieling en een verkeersovertreding.

De rechtszaak gaat donderdag verder door. Een van Hari’s advocaten Marnix van der Werf, verklaarde dat hij donderdag op vrijwel alle punten vrijspraak ging pleiten.

Reageer op Facebook

Bladna.nl

Bladna.nl - 2020 - Contact - Over Bladna.nl - Privacybeleid - Ons team