14 januari 2026 - 09:00 - Nederland
Het Openbaar Ministerie heeft dinsdag in Rotterdam een gevangenisstraf van 9 jaar en een boete van 1,2 miljoen euro geëist tegen een 39-jarige man die jarenlang vanuit Marokko opereerde. De verdachte, een voormalig medewerker van de Rotterdamse haven, wordt gezien als een cruciale schakel binnen een omvangrijk crimineel netwerk.
De aanklacht omvat de grootschalige import van verdovende middelen en het voorbereiden van een geweldsdelict. De zaak kwam aan het licht na het ontsleutelen van berichtenverkeer, waarin de rol van de man binnen de organisatie van de voortvluchtige Jos Leijdekkers duidelijk werd.
Lees ook: Zoon Taghi zwijgt over miljoenen en cocaïnehandel, deal met justitie
De verdachte verbleef geruime tijd in Marokko om uit het zicht van de Nederlandse autoriteiten te blijven. Volgens het Landelijk Parket was hij vanuit het koninkrijk betrokken bij de smokkel van in totaal ruim 4000 kilo cocaïne tussen 2019 en 2024. Zijn verblijf in Marokko eindigde abrupt op 14 november 2024, toen hij besloot naar Nederland te reizen. Bij aankomst op de luchthaven van Rotterdam werd hij door de politie aangehouden. Uit onderzoek naar zijn telefoon bleek dat hij zelfs tijdens zijn reis nog bezig was met het coördineren van nieuwe drugstransporten.
Binnen de organisatie fungeerde de man als de spil voor logistieke operaties in de haven. Hij stuurde uithalers aan en onderhield contacten met corrupte medewerkers op de terminals. Naast de drugshandel vond de politie op zijn smartphone bewijs voor het beramen van een aanslag op een logistiek medewerker die weigerde mee te werken aan de criminele plannen. Er zou al een wapen zijn geregeld en getuigen verklaarden dat er personen naar het beoogde slachtoffer waren gestuurd om hem te bedreigen.
Lees ook: Spaanse politie arresteert Mocro Maffia-huurmoordenaars onderweg naar Marokko
In deze rechtszaak zijn opmerkelijke procesafspraken gemaakt tussen justitie en de verdediging. Om de zaak efficiënt af te wikkelen, heeft het Openbaar Ministerie de strafeis verlaagd in ruil voor de toezegging dat de verdachte het bewijs niet aanvecht en niet in hoger beroep gaat. Dit betekent dat de voorgestelde 9 jaar cel en de miljoenenboete direct tot een definitieve afwikkeling kunnen leiden. De rechtbank in Rotterdam, die de uiteindelijke beslissing neemt over deze afspraken, doet op 23 januari uitspraak.