Een gepensioneerde die in de jaren zeventig vanuit Nederland terugkeerde naar Marokko, krijgt geen hoger AOW-pensioen. Hij wilde een extra periode laten meetellen voor zijn pensioenopbouw, maar zijn inschrijving in het Nederlandse bevolkingsregister en een verklaring van een familievriend overtuigden de rechter niet.
De Sociale Verzekeringsbank kende hem vanaf mei 2023 aanvankelijk 58 procent van het maximale AOW-pensioen toe. Later verhoogde de instantie dat naar 62 procent. De man vond ook dat te weinig en stapte naar de rechter. Uit de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep blijkt dat zijn hoger beroep op 10 september is afgewezen.
In hoger beroep draaide het uiteindelijk om de periode van 27 oktober 1975 tot en met 23 mei 1976. De man moest aannemelijk maken dat hij toen voor de AOW verzekerd was. Daarbij was van belang of hij in Nederland woonde of hier in loondienst werkte.
Inschrijving alleen overtuigt de rechter niet
De man stond vanaf oktober 1975 ingeschreven in de gemeentelijke administratie. Volgens de Raad bewijst die registratie op zichzelf echter onvoldoende dat hij toen al een duurzame persoonlijke band met Nederland had. Andere controleerbare omstandigheden moesten dat ondersteunen.
Een familievriend verklaarde dat de man in 1975 bij hem woonde en met hem in een fabriek werkte. Die verklaring was ongedateerd. Bovendien paste de mededeling over het fabriekswerk niet bij de overige informatie in het dossier. Andere verklaringen en werkgeversgegevens gingen niet over de betwiste maanden.
Ook een registratie uit oktober 1973 bracht geen uitkomst. De man had zelf verklaard dat hij tussen 1971 en 1973 in Nederland verbleef en daarna naar Marokko terugkeerde. Volgens de SVB kon die oude registratie daarom ook een vertrekdatum zijn geweest.
De man wees erop dat het lastig was om zijn arbeidsverleden na zoveel jaren te reconstrueren. De rechtbank had echter geoordeeld dat dit bewijsprobleem voor zijn rekening kwam. De Raad zag evenmin voldoende aanknopingspunten om de extra maanden als verzekerd tijdvak aan te merken.
Zijn AOW blijft daardoor vastgesteld op 62 procent van het maximale pensioen. De uitspraak gaat over het meetellen van de betwiste maanden ; de volledige korting wordt daarin niet aan die korte periode toegeschreven. De man krijgt ook geen vergoeding voor zijn proceskosten en het betaalde griffierecht.
Bladna.nl volgen
Mis geen enkel nieuws over Marokko en Marokkanen in Nederland.
Een man die al sinds de jaren tachtig in Marokko woont, ontving al die tijd een Nederlandse Wajong-uitkering. Toen hij de AOW-leeftijd bereikte, stopte het UWV de betalingen. De...
Een weduwe in Marokko die vanaf januari 2000 recht had op een Nederlandse nabestaandenuitkering, krijgt na het bereiken van haar pensioenleeftijd geen AOW. Haar overleden...
Een man die in 2006 door Nederland naar Marokko werd uitgezet, moest daarna jarenlang tegenover hetzelfde Nederland bewijzen dat hij daadwerkelijk in Marokko woonde. Omdat het...
In Nederland leeft een groeiende groep gepensioneerde migranten uit landen als Marokko onder de armoedegrens. Door een onvolledige AOW-opbouw en het ontbreken van aanvullend...
Een weduwe krijgt geen Nederlands AOW-pensioen, hoewel haar overleden echtgenoot wel voor die regeling verzekerd is geweest. Ook het socialezekerheidsverdrag tussen Nederland en...