Voor burgers met een bijstandsuitkering gelden de meest restrictieve voorwaarden voor een verblijf buiten Nederland. Volgens de Rijksoverheid mag een bijstandsgerechtigde maximaal 28 dagen per kalenderjaar in het buitenland doorbrengen, waarbij weekenden en feestdagen volledig meetellen. Elke reis naar Marokko dient vooraf te worden gemeld en afgestemd met de desbetreffende gemeente, aangezien langdurig verblijf in Marokko met behoud van bijstand verboden is.
Lees ook : Familiebezoek in Marokko botst op Nederlandse uitkeringsregels
Ook bij een WW-uitkering is de ruimte voor vakantie aan banden gelegd. Het UWV hanteert een maximum van 20 vakantiedagen per jaar die verplicht moeten worden doorgegeven. Omdat Marokko niet tot de Europese Unie, de Europese Economische Ruimte (EER) of Zwitserland behoort, is het onmogelijk om de WW-uitkering mee te nemen voor het zoeken van werk; wie in Marokko verblijft terwijl men in Nederland beschikbaar moet zijn, riskeert sancties.
Voor ouderen met een AIO-aanvulling, die het pensioen aanvult tot het bestaansminimum, ligt de grens op maximaal 91 dagen per jaar. De Sociale Verzekeringsbank stelt dat wie langer dan 13 weken buiten Nederland verblijft, de aanvulling direct ziet stoppen. Bij terugkeer in Nederland moet de betrokkene opnieuw een aanvraag indienen, aangezien de uitbetaling niet automatisch wordt hervat na een overschrijding.
Bij arbeidsongeschiktheidsuitkeringen zoals de WIA, WAO en WAZ is export naar Marokko onder voorwaarden wel mogelijk, omdat er bilaterale afspraken tussen beide landen bestaan. Wel stelt het UWV hierbij verplichtingen aan de uitkeringsgerechtigde, waaronder het ondergaan van medische controles en het periodiek opsturen van een levensbewijs. Voor de Wajong-uitkering geldt daarentegen dat deze bij verblijf in het buitenland in de basis stopt, tenzij er sprake is van uitzonderlijke medische of familiale omstandigheden.
Lees ook : Verhuizen naar Marokko met behoud van AOW? Pensioenuitkering mag mee, maar regels veranderen
Het exact bijhouden van het aantal verblijfsdagen en het tijdig informeren van de uitkeringsinstantie is noodzakelijk om terugvorderingen te voorkomen. Het bewaren van bewijsstukken, zoals vliegtickets en officiële paspoortstempels, zijn essentieel om bij controle aan te tonen dat de maximale buitenlandse verblijfsduur niet is overschreden.