Autosector: Marokko wil met India en China concurreren
Marokko heeft grote plannen voor de auto-industrie in de komende jaren. Het koninkrijk wil een wereldleider worden in de sector en zal zich daarom moeten richten op een...
14 juni 2020 - 15:00 - Economie
Algerije gaat twee "veelbelovende projecten in verschillende sectoren" lanceren, waaronder de fosfaatsector. Het buurland wil daarmee concurreren met Marokko, wereldleider in de productie van fosfaat.
Ferhat Ait Ali, Algerijnse minister van Industrie en Mijnen, verklaarde dat zijn afdeling werkt aan een "megaproject voor de exploitatie en transformatie van fosfaat in het oosten van het land" en een ander "megaproject voor een ijzermijn in Gara Djebilet (Tindouf)".
Beide projecten zullen samen naar schatting een investering van 15 of 16 miljard dollar vergen, aldus Ait Ali. Het fosfaatcomplex zal zich over de vijf wilaya’s van Tebessa, Souk Ahras, El Tarf, Skikda en Annaba uitstrekken.
Met het nieuw fosfaatproductie complex streeft Algerije ernaar "één van de grootste exporteurs" van kunstmest ter wereld worden.
Het fosfaatproject zal in samenwerking met Chinese investeerders worden ontwikkeld. Algerijnse bedrijven zullen 51 procent van de aandelen behouden.
Lees meer
Marokko heeft grote plannen voor de auto-industrie in de komende jaren. Het koninkrijk wil een wereldleider worden in de sector en zal zich daarom moeten richten op een...
De Wereldbank bericht in een nieuw rapport dat de sterke stijging van de waardering van Apple (ruim 1800 miljard dollar) gelijk is aan het gezamenlijk BBP van de tien grootste...
Algerije is begonnen met de exploitatie van de mijn van Gara Djebilet, gelegen in Tindouf. Het project is zo’n 70 jaar oud en moet van het land een metallurgische macht maken.
Marokko heeft een grote voorsprong op het gebied van de productie van groene waterstof en toch wil buurland Algerije met het koninkrijk concurreren. De oosterbuur beweert "tot...
Marokko is na Algerije het Afrikaans land dat het meest uitgeeft aan militair materieel. Dat blijkt uit een nieuw rapport van het Zweeds vredesonderzoeksinstituut SIPRI.