30 november 2025 - 16:00 - Nederland
Een monteur van een brandpreventiebedrijf is in het gelijk gesteld door de rechter nadat hij onterecht op straat werd gezet. De man werd ontslagen nadat hij had aangegeven vanwege zijn geloof tweemaal per dag te moeten bidden, ook tijdens werkzaamheden bij klanten. Bovendien weigerde hij om principiële redenen werk te verrichten in varkensstallen. Zijn werkgever zette hem na slechts vier werkdagen aan de kant, maar moet daarvoor nu een flinke rekening betalen.
Tijdens de sollicitatieprocedure had de nieuwe werknemer geen melding gemaakt van de religieuze verplichtingen die zijn geloof met zich meebrengen. Op een van zijn eerste werkdagen diende hij echter het verzoek in bij de Noord-Hollandse Brand Preventie Groep (BPG) om één of twee keer per dag te mogen bidden. Het bedrijf stond dit toe, maar stelde als strikte voorwaarde dat dit in de werkbus moest gebeuren en dat klanten er in geen geval mee ’belast’ mochten worden.
Lees ook: Vlaamse buschauffeur legt bus stil voor gebed, wordt geschorst
Hier kwam een tweede, delicate kwestie bij kijken. Het takenpakket van de monteur omvatte ook het controleren van techniek in varkensstallen. De BPG hield vast aan het feit dat deze stallen binnen het werkgebied van de man vielen. Maar de monteur weigerde deze locaties te betreden vanwege zijn geloofsovertuiging. Na amper vier werkdagen concludeerde de BPG dat de situatie onwerkbaar was. De man werd direct ontslagen, hoewel zijn proeftijd van een maand nog niet was verstreken. De monteur vocht zijn ontslag aan en kreeg van de kantonrechter gelijk: het ontslag was onterecht.
De rechter oordeelde dat het verboden is om onderscheid te maken op basis van godsdienst. Volgens de kantonrechter was duidelijk dat de man wegens zijn geloofsovertuiging was ontslagen. Dit stond bijna letterlijk in de ontslagmail van het bedrijf: "Als jij tijdens jouw sollicitatiegesprekken uitleg/toelichting had gegeven over hoe jij uiting geeft aan jouw geloofsovertuiging, dan waren we toen al, samen met jou, tot de conclusie gekomen dat de mobiele functie van servicemonteur bij de BrandPreventie Groep niet passend is."
Lees ook: Anwar El Ghazi wint rechtszaak om Palestina-steun, krijgt 1,5 miljoen euro
De Brand Preventie Groep verdedigde zich door te stellen dat de man niet was ontslagen vanwege zijn geloof, maar vanwege de manier waarop hij dit wilde uitoefenen. De rechter achtte dit verweer echter onvoldoende onderbouwd. Omdat dit bewijs volgens de rechter al stevig genoeg is, wordt er niet verder ingegaan op de kwestie rond het weigeren te werken in de varkensstal. De uitspraak komt het Noord-Hollandse bedrijf nu duur te staan: het moet de man een schadevergoeding betalen van bijna 4000 euro. Daarnaast moet het bedrijf het loon doorbetalen tot de einddatum van zijn tijdelijke contract, wat nog eens 15.000 euro kost, plus rente. Het totale bedrag dat het bedrijf moet ophoesten, komt daarmee op ruim 19.000 euro.