Van 13 tot en met 16 oktober bracht een Turkse handelsdelegatie een bezoek aan Marokko. Zestien vertegenwoordigers van dertien bedrijven namen deel aan zakelijke ontmoetingen onder leiding van de Egeïsche Exporteursunie.
Op Bladna.nl : Turkse bedrijven massaal naar Marokko, ruiken miljardenkansen
Volgens het verslag van Ege’de Sonsöz kwamen zij in Casablanca in contact met 75 Marokkaanse ondernemingen. De delegatie bezocht daarnaast Sinastone en J.M.M. Marbre et Granit om de mogelijkheden op de lokale markt te onderzoeken. De Turkse bedrijven verkopen vooral marmer, graniet en andere natuursteen voor gevels, vloeren en interieurinrichting.
De cijfers verklaren waarom Marokko aantrekkelijk is. In 2025 importeerde het koninkrijk voor 204 miljoen dollar aan natuursteen. Turkije leverde daarvan voor 43,5 miljoen dollar en had daarmee een marktaandeel van 21,3%.
İbrahim Alimoğlu, voorzitter van de Egeïsche vereniging van mineralenexporteurs, wil die Turkse verkoop nu optrekken naar 100 miljoen dollar.
Turkse ondernemingen hebben ondertussen al voor miljarden aan projecten in Marokko binnengehaald. De bouwsector alleen was eerder goed voor ongeveer 4,2 miljard dollar aan Turkse contracten.
Stadions, hotels en infrastructuur lokken leveranciers
De grote aantrekkingskracht is het WK voetbal van 2030, dat Marokko samen met Spanje en Portugal organiseert. In zijn officiële oproep aan bedrijven noemt de Egeïsche Exporteursunie expliciet stadions, hotels, toeristische installaties en moderne infrastructuur als markten waarop Turkse leveranciers zich willen positioneren.
De natuursteenbedrijven zijn bovendien niet alleen. Een tweede Turkse delegatie voor staal en bouwmaterialen kwam in oktober eveneens naar Casablanca. Tien bedrijven hielden daar meer dan 120 zakelijke ontmoetingen met 72 Marokkaanse ondernemingen.
Op Bladna.nl : Spanje zet grote economische aanval in op Marokkaanse WK-markt
Marokko wordt daarmee richting 2030 niet alleen een bouwplaats voor eigen infrastructuur, maar ook een commerciële arena waarin Turkse, Spaanse, Franse, Chinese en andere buitenlandse leveranciers proberen zo vroeg mogelijk een plaats in de toekomstige opdrachten te veroveren.