Lange tijd beleefde de eerste generatie Marokkaanse arbeidsmigranten religie vooral in de privésfeer. Deze pioniers stelden zich bescheiden op als gasten in hun nieuw land en probeerden zo min mogelijk op te vallen. De generaties die daarna volgden, groeiden echter op in een ander klimaat. Vooral na de aanslagen van 11 september 2001 werd de islam een onderwerp van publiek debat en wantrouwen. Volgens het onderzoek "Migranten met Marokkaanse afkomst, land van herkomst en toekomst" van Rasit Bal en Dick de Ruijter voelen veel jongeren nu de behoefte om hun religieuze identiteit explicieter te tonen als reactie op sociale uitsluiting.
Lees ook : In Marokko wonen hipper dan ooit voor Marokkaans-Nederlandse jeugd
Er is een duidelijk verschil zichtbaar tussen de generaties. Waar de eerste migranten hun geloof met terughoudendheid beleden, is de islam vanaf de tweede en derde generatie steeds meer uit de privésfeer getreden. Het geloof is zichtbaarder en zelfbewuster geworden. Dat betekent niet dat iedere jongere even praktiserend is; sommigen bezoeken de moskee wekelijks, terwijl anderen er nooit komen. Toch fungeert de moslimidentiteit voor velen als een sociaal kenmerk dat de persoonlijke praktijk overstijgt.
In het onderzoek legt een respondent uit dat jongeren hun religiositeit extra benadrukken wanneer zij merken dat de maatschappij hen niet erkent. Voor delen van de derde en vierde generatie is het tonen van hun identiteit een manier om te zeggen: "Als men mij niet als Nederlander erkent, dan laat ik zien wie ik wel ben." De religieuze uiting is daarmee niet enkel een terugtrekking, maar een reactie op het feit dat zij, ondanks hun geboorte en opleiding in Nederland, nog steeds als vreemden worden gezien.
De tweede generatie probeerde al een vorm van islam te ontwikkelen die losstond van de culturele tradities van hun ouders. Deze zoektocht naar een meer persoonlijke geloofsbeleving werd door de politiek en de samenleving echter vaak onterecht geïnterpreteerd als een teken van mislukte integratie. Hierdoor is de islam voor de huidige generatie een instrument geworden om hun positie te bepalen in een maatschappij die hun verbondenheid met Nederland voortdurend ter discussie stelt.
De onderzoekers benadrukken dat dit geen totale afwijzing van de Nederlandse maatschappij betekent. De derde generatie past niet in het hokje van volledige assimilatie, maar ook niet in dat van segregatie. Er is sprake van een meervoudige identiteit waarin de islam, de Marokkaanse wortels en het Nederlanderschap naast elkaar bestaan. Deze jongeren zijn vaak hoger opgeleid en kritischer dan hun ouders; zij bevragen de autoriteit van imams en bouwen hun geloof op binnen een Nederlandse context.
Lees ook : Marokkaanse Nederlanders: geen geld meer naar Marokko, drastische breuk
Uiteindelijk is de islam voor deze groep een manier om de regie terug te pakken over hoe zij gezien willen worden. Hoe vaker zij worden geconfronteerd met afwijzing op basis van hun herkomst, hoe sterker de drang wordt om de religieuze identiteit zichtbaar te maken. De religie is hiermee een reactie geworden op een buitenwereld die hen nog te vaak reduceert tot hun afkomst in plaats van hun burgerschap.