Nederland wilde een man die zegt Algerijn te zijn ook naar Marokko kunnen uitzetten. Het bewijs voor zijn vermeende Marokkaanse banden : hij zou iedere avond naar een Marokkaans telefoonnummer bellen, in de gevangenis uitsluitend Darija spreken en vooral omgaan met Marokkaanse gedetineerden. De rechtbank vindt dat onvoldoende en kent hem 1280 euro schadevergoeding toe.
De nationaliteit van de man is nog altijd niet vastgesteld. Nederland besloot al in juli 2021 dat hij naar Algerije moest terugkeren, maar de Algerijnse autoriteiten hebben zijn identiteit nooit kunnen bevestigen. Toen die route vastliep, voegde het ministerie op 24 juni 2026 Marokko toe als mogelijke bestemming.
Op Bladna.nl : Maandenlang zegt hij Marokkaan te zijn, bij Nederlandse rechter is hij plots Algerijn
De man verzette zich daartegen op 18 juli. Hij stelde niemand in Marokko te hebben en eiste concreet bewijs voor de veronderstelling dat hij uit het koninkrijk afkomstig zou zijn.
Tijdens de zitting van 13 oktober in Groningen legde het ministerie voor het eerst uit waarop de Marokko-route precies was gebaseerd. Een verantwoordelijke binnen het gevangeniswezen zou hebben gemeld dat de gedetineerde dagelijks naar een Marokkaans nummer belde. Ook zou hij in de gevangenis alleen Marokkaans-Arabisch spreken en uitsluitend contact onderhouden met Marokkaanse medegevangenen.
Daar ging het voor de Nederlandse overheid mis. De informatie stond namelijk niet in de documenten die vooraf aan de rechtbank en de advocaat waren verstrekt. Tijdens de zitting las de vertegenwoordiger van het ministerie alleen de inhoud van een intern bericht voor.
Daardoor konden de rechters niet controleren wie de oorspronkelijke informatie had verzameld, hoe betrouwbaar die was en in welke context de telefoongesprekken en contacten waren vastgesteld.
De rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, oordeelde daarom dat Nederland onvoldoende concrete aanwijzingen heeft geleverd om Marokko als mogelijke bestemming aan te wijzen.
De nieuwe uitspraak ging niet alleen over Marokko. De man had meer dan drie jaar in strafrechtelijke detentie gezeten, van 25 juni 2023 tot 6 oktober 2026. Meteen na zijn vrijlating werd hij in vreemdelingenbewaring geplaatst om zijn uitzetting voor te bereiden.
Nederland wees daarbij onder meer op vluchtgevaar. Tegen de man geldt bovendien sinds 2021 een inreisverbod van tien jaar. De rechtbank erkent dat verschillende redenen voor bewaring op zichzelf geldig waren. Maar vreemdelingenbewaring mag alleen voortduren wanneer er ook daadwerkelijk uitzicht bestaat op uitzetting binnen een redelijke termijn.
Dat probleem bestond hier wel degelijk. Op 27 oktober 2025 hadden de Algerijnse autoriteiten Nederland al laten weten dat zijn vingerafdrukken niet in hun bestanden voorkwamen en dat zij zijn nationaliteit niet konden bevestigen.
De eerdere aanvraag voor een Algerijns laissez-passer was daarna afgesloten en Nederland had geen nieuwe concrete procedure gestart. Ook de alternatieve route via Marokko hield dus geen stand.
Op Bladna.nl : Nederland sluit Marokkaan 8 dagen op voor uitzetting, rechter geeft hem 1000 euro
De rechtbank vernietigde op 15 oktober het besluit waarmee Marokko als mogelijke bestemming was toegevoegd en oordeelde dat de vreemdelingenbewaring vanaf het begin onrechtmatig was. De man krijgt 1280 euro schadevergoeding — 320 euro voor twee dagen in een politiecel en 960 euro voor acht dagen in vreemdelingenbewaring — plus 2802 euro aan proceskosten. Zijn oude vertrekplicht richting Algerije blijft formeel bestaan, maar na jaren procederen weet Nederland nog altijd niet met zekerheid of de man Algerijn of Marokkaan is.