Een fietstocht van 850 kilometer door Marokko brengt Harrie Kiekebosch op een vraag over Nederland : wie verdient er eigenlijk aan ons eten ? In Marokkaanse coöperaties ziet hij inspiratie om producenten en consumenten dichter bij elkaar te brengen.
In zijn column voor Hier in Salland van 19 oktober beschrijft hij gesprekken in Tazenakht. Vrouwen werken er langdurig aan tapijten, terwijl tussenhandelaren een deel van de uiteindelijke verkoopprijs ontvangen.
Op Bladna.nl : Marokkaanse symbolen worden museumkunst in Gouda
Door gezamenlijk te verkopen proberen weefsters meer opbrengst zelf te behouden. Onderweg ontmoet Kiekebosch ook coöperaties rond aardewerk, rozen en arganolie.
In Marrakech vertelt een verkoper dat een tapijt van 500 dirham in een toeristische souk vier- of vijfmaal zoveel kan kosten. Kiekebosch benadrukt dat hij die vergelijking niet kon controleren : ook een coöperatie wil verkopen.
Zijn belangstelling geldt vooral de organisatie achter zulke samenwerkingen. Hij trekt een parallel met voedselcoöperaties in Broekland, Heeten en Luttenberg, waar inwoners rechtstreeks regionale producten kopen.
Op Bladna.nl : Waarom iedereen nu een ’Made in Morocco’ interieur wil
Volgens Kiekebosch kan nauwer contact boeren helpen hun prijs en productiewijze uit te leggen. Zijn pleidooi is om producenten en consumenten regionaal sterker te organiseren. De Marokkaanse voorbeelden laten hem nadenken over hoeveel waarde achterblijft bij degene die het product daadwerkelijk maakt.