Tussen januari en april 2026 bereikten 5647 migranten Spanje via deze route. Dat is 66% meer dan in dezelfde periode een jaar eerder, blijkt uit het rapport van de Internationale Organisatie voor Migratie.
Op Bladna.nl: Bestorming Sebta: Algerijn opende bres
Van alle geregistreerde aankomsten was 42% afkomstig uit Algerije en 22% uit Marokko. Samen vertegenwoordigen beide nationaliteiten bijna twee derde van de migranten op deze route. In totaal kwamen 3483 mensen over zee aan op het Spaanse vasteland of de Balearen. Dat waren er 22% meer dan een jaar eerder.
De landroutes naar Sebta en Melilla groeiden veel sneller. Daar werden 2164 aankomsten geregistreerd, vier keer zoveel als in dezelfde periode van 2025. Die stijging was ook zichtbaar in de cijfers over de sterk toegenomen aankomsten in Sebta, zelfs voordat de massale grensoversteek van eind juli werd meegerekend.
Algerijnse route neemt de overhand
Historisch vertrokken veel boten richting Spanje vanaf de Marokkaanse kust. Volgens de Internationale Organisatie voor Migratie begon dat patroon in 2025 te veranderen en zet de verschuiving in 2026 door.
Algerijnen varen voornamelijk naar de Balearen en de Spaanse kustgebieden rond Almería, Murcia en Alicante. Marokkanen gebruiken relatief vaker de routes via Sebta en Melilla. De ontwikkelingen hebben Spanje ertoe gebracht de militaire en politiële aanwezigheid rond Sebta te versterken.
Tegelijk daalde het aantal aankomsten via de Atlantische route naar de Canarische Eilanden met 78% tot 2276. Die afname volgt op jaren van strengere Marokkaanse controles op boten die richting de eilandengroep vertrekken. Een eerdere scherpe daling van de migratie naar de Canarische Eilanden werd al in verband gebracht met de nauwere samenwerking tussen Rabat en Madrid.
Op Bladna.nl: Wreed ontwaken in Sebta: geen 733 euro, wel honger en geen onderdak
De Algerijnse marine onderschepte in de eerste vier maanden van 2026 in totaal 1002 mensen die het land per boot probeerden te verlaten. Dat waren er 37% minder dan een jaar eerder.
Voor Marokko bevat het rapport geen vergelijkbare cijfers over onderscheppingen. Daardoor kan op basis van deze gegevens niet worden vastgesteld hoeveel vertrekkende migranten door de Marokkaanse autoriteiten werden tegengehouden.
De verschuiving van Marokkaanse naar Algerijnse vertrekplaatsen maakt de overtocht niet minder gevaarlijk. Tussen januari en april telde de Internationale Organisatie voor Migratie op de westelijke Middellandse Zeeroute 150 doden of vermisten, voornamelijk door verdrinking.